zaterdag, februari 04, 2012
 
Reactie VHR op nieuwe Wet Natuur

Zoals wellicht bekend wordt er op het Ministerie EL&I hard gewerkt aan een nieuwe Wet Natuur. Deze wet gaat de Flora en Faunawet vervangen en tevens de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Voor de VHR is uiteraard van belang welke consequenties deze nieuwe Wet Natuur voor het reewild zal hebben. De belangrijkste consequentie is dat dit geen beschermde status meer zal hebben, maar wordt toegevoegd aan de wildlijst. Daarnaast wordt de verantwoordelijkheid voor het reewildbeheer meer bij de WBE’s neergelegd dan al het geval was. 

De VHR heeft daarom in een brief aan staatssecretaris Bleker gereageerd op het concept voorstel Wet Natuur.

In deze brief spreekt de VHR de vrees uit dat een voorgesteld beheer zal leiden tot onwenselijke verschillen met betrekking tot het reewildbeheer tussen de verschillende  WBE’s en pleit de VHR daarom voor één landelijk beleid.

Aangegeven wordt verder dat het van belang is dat bij het beheer van reewild wordt uitgegaan van een leefgebiedbenadering. Reewildpopulaties zijn niet gebonden aan WBE grenzen of provinciegrenzen. Daarom zal het beheer op een andere schaal moeten plaatsvinden dan in het verleden heeft plaatsgevonden.

De VHR stelt voor om een landelijke Beheer Advies Commissie Reewild (BACR) in te stellen, waarin alle betrokkenen en belanghebbenden uit de sector zitting hebben.

Deze Commissie moet de belangen van het ree en de mens borgen. en richting geven voor het beleid en het beheer en de uitvoering.

Daarnaast zal per leefgebied een leefgebiedcommissie moeten worden ingesteld, waarin zowel de betrokken WBE’s als de VHR zitting hebben. Deze commissie zal voor het betreffende leefgebied een beheerplan en afschotplan moeten opstellen. 

De VHR geeft in de brief ook aan zich te willen inzetten bij het inventariseren van de leefgebieden in ons land, het mede opstellen van een landelijk beleid, het opstellen van een uniform beheerplan op leefgebiedenniveau en het inrichten van de BACR.

Door te komen tot een landelijke uniformering kunnen er volgens de VHR overheidstaken vervallen en een forse kostenbesparing worden gerealiseerd. Daar tegenover staat wel dat de VHR voor haar inspanningen een financiële bijdrage vraagt.

In de komende Capreolus is de volledige tekst van reactie VHR op Wet Natuur opgenomen en kunt u deze rustig doorlezen.

Uiteraard zijn uw reacties welkom.

Het Bestuur van de Vereniging Het Reewild.


Wisselprijs Vereniging Het Reewild
Wisselprijs Vereniging Het Reewild naar Rob Borst
 
Vele lovende woorden werden door de voorzitter van de Vereniging Het Reewild gesproken bij de uitreiking van de Wisselprijs Vereniging Het Reewild, tijdens de feestelijke viering van het 60-jarig jubileum op 14 mei j.l.
 
Een wisselprijs die niet zomaar wordt uitgereikt. Dat viel wel op te maken uit het juryrapport. Een jury die bestond uit zwaargewichten, nl. Cor Baan voorzitter van de KNJV, Jan van Haaften adviseur en oud-bestuurslid, Rudolf van Heek oud penningmeester en de huidige voorzitter Marien Greep.
 
Belangeloze inzet voor de Vereniging, kennis van de Natuurwetgeving, kennis van faunabeheer, vermogen om analytisch te denken, creativiteit, vermogen om kennis over te brengen, breed netwerk en gebruikt dat ook voor de Vereniging, initiatiefnemer Deltaplan, werkt goed samen met andere organisaties, oud bestuurslid, voorzitter Regio Veluwe/Betuwe, redactielid Capreolus en projectleider NWRS, allemaal redenen om de wisselprijs toe te kennen. Kortom het ging om iemand die zich uitzonderlijk verdienstelijk heeft gemaakt, niet alleen voor de Vereniging, maar ook voor het reewild. En dat was de belangrijkste voorwaarde voor de toekenning, bepaald door de oud voorzitter Hendrik Jan van Beuningen, toen hij in 1974 de wisselprijs ter beschikking stelde.
 
 
Maar pas bij de laatste woorden drong het tot Rob Borst door, dat hij degene was waarop de voorzitter doelde met al die lovende woorden. Blij verrast, is misschien nog zwak uitgedrukt, toen hij de wisselprijs in ontvangst nam. Maar zeker verdiend, zo was ook de mening van de aanwezigen in de zaal en dat werd ook bekrachtigd met een welgemeend applaus.
 
Laten we hopen dat de Vereniging nog lang van zijn kennis, kunde en inzet gebruik mag maken.

Opweg naar Deltaplan voor reeënbeheer

Reeën

Plotseling zijn ze er, even plotseling zijn ze weer verdwenen.
Iedere keer weer die spanning die je dan voelt. Wie kent dat niet.

In het bos, soms als een flits, die prachtige roodbruine kleur,
maar soms ook rustig laveiend langs de rand van een houtwal.

Reeën kleuren ons landschap.

foto: Joke Hendriks

Zo begon de jaarrede van de voorzitter van Vereniging Het Reewild, Marien Greep, op het jubileumgedeelte van de Algemene Ledenvergadering op zaterdag 14 mei.

60 jaar belangenbehartiging van Reeën.

  • Wat heeft dat voor het ree betekend
  • Waar heeft dat ons gebracht
  • Wat is de rol van de Vereniging Het Reewild daarin geweest gedurende die 60 jaar.
  • Hebben we het wel goed gedaan
  • Hoe is het nu met het Ree gesteld en hoe moet het verder in de toekomst.

Antwoorden op die vragen staan in het boek dat de Vereniging Het Reewild ter gelegenheid van haar 60 jaar bestaan uitgeeft.

Foto van en link naar foto's uitreiking Jubileumboek VHR tijdens Feestelijke bijeenkomst ALV.
Jubileumboek Reeën Toekomst in Nederland uitgereikt aan Mevrouw J. Snijder, tweede kamerlid VVD, door M. Greep, voorzitter Vereniging Het Reewild.

In het boek kunt u lezen hoe reeën zijn, hoe zij leven, en vooral hoe hun sociaal gedrag is. Er wordt een terugblik gegeven op 60 jaar reeënbeheer in Nederland. Van trofeeënshows tot beheer. Tot slot geeft de Vereniging Het Reewild aan hoe zij, met haar huidige kennis, denkt op welke wijze de mensen in de toekomst samen moeten en kunnen leven met reeën.

Je komt ze steeds meer tegen, overal. Of het nu bossen zijn of polders, weilanden, akkers of stukken ruige natuur, overal zie je reeën. Het gaat dus goed met de reeën in Nederland, te goed mogen we wel zeggen. Maar wat is te goed? De grote toename van het aantal reeën, veroorzaakt ook problemen.

Reeën vragen om ruimte in ons land. Zonder het altijd te beseffen zijn ze al lang in een strijd verwikkeld met ons om die ruimte. Want wat te denken van de mensen. Zij vreten ruimte, iedere dag weer meer. Om te wonen, te werken, zich te verplaatsen en tot slot ook om zich te ontspannen, sport en recreatie. Hoe is het dan toch nog mogelijk dat het ree zich zo heeft weten te handhaven in die ruimte? Reeën passen zich aan aan hun omgeving. Ook zijn zij in staat om zich in nieuwe leefgebieden te vestigen. Maar uiteindelijk komt er ook voor hen een moment dat de rek eruit is. Dan zeggen wij mensen: “er zijn er te veel”. Mijn grootmoeder zei het al, alles waar “te” voor staat is niet goed, behalve tevreden. Maar wie bepaalt dat “te” eigenlijk?

Het is het ree zelf dat aangeeft of het tevreden is, alleen moet je het wel willen en kunnen zien. Daar is deskundigheid en kennis voor nodig. Één van de aanwijzingen is dat reeën steeds dichter bij de mensen gaan leven. Niet dat ze dat nu echt zo leuk vinden, maar ze moeten wel. Dit gaat goed zolang de mensen ook de noodzakelijke afstand tot de reeën houden en niet te pas en te onpas hun leefgebied binnen dringen, soms zelfs met honden die loslopen. Daar ligt absoluut een grens voor het ree. Maar als er te veel zijn, jagen ze elkaar ook onderling “hardgeweiig” hun leefgebied uit. Zij moeten dan op zoek naar een ander leefgebied en lopen zich dan letterlijk te pletter tegen onze infrastructuur.

10.000 reeën, schatten we dat er jaarlijks worden doodgereden op onze wegen. Daarnaast veroorzaken zij ook schade aan gewassen en bossen. Overpopulaties van reeën, te veel in één leefgebied is, gezien hun leefwijze, slecht voor het ree zelf. Het welzijn van reeën in die populaties gaat achteruit door ziekte, stress en sterfte.

Sinds het ontbreken van natuurlijke vijanden in ons land heeft de mens ingegrepen om het ree voor overpopulaties te beschermen. Vroeger was het de verantwoordelijkheid van de jagers op basis van de jachtwet van 1923. Met de nieuwe jachtwet van 1954 werd er al meer verantwoordelijkheid gelegd bij het Ministerie en met de komst van de Flora&Faunawet in 2002 waren het de Provincies die verantwoordelijk werden voor het welzijn van onze reeënpopulaties.

Zij bepalen nu jaarlijks hoeveel reeën er doodgeschoten moeten worden. De uitvoering van deze omvangrijke en tijdvragende taak wordt opgedragen aan vrijwilligers, de jagers. Duizenden uren werk vraagt dat, maar kost de maatschappij niets. Alles goed geregeld zou je denken. Op papier wel, maar de praktijk is echter door vele oorzaken weerbarstig, met als resultaat dat het aantal reeën in Nederland nog steeds toeneemt, met veel ellende voor de Reeën als gevolg.

De Vereniging Het Reewild vindt het de hoogste tijd dat daar iets aan wordt gedaan en komt dan ook met een voorstel: Een Deltaplan voor Reeën.

Dat zal betekenen een andere vorm van beheer, er anders naar gaan kijken. Dit zal alleen maar mogelijk zijn als we echt gaan kijken naar de reeën, naar de manier waarop zij gebruik maken van de ruimte, hoe zij nu leven, zich voortplanten, wat ze eten, kortom begrijpen waarom ze leven zoals ze al eeuwen doen. Maar ook waarom het lijkt alsof ze zich aanpassen aan ons of juist weer niet?

“Samenleven met reeën in de toekomst vraagt een Deltaplan voor reeënbeheer”.

In de allereerste plaats voor onze reeën maar ook in het belang van de maatschappij. Maar laten we bedenken dat die toekomst wel morgen begint. Tijdens onze algemene ledenvergadering 14 mei 2011 hebben we daarvoor het startsein gegeven.

 


Deltaplan Reeën voorbereid
60 jaar belangenbehartiging van Reeën.
 
-                     Wat heeft dat voor het ree betekend
-                     Waar heeft dat ons gebracht
-                     Wat is de rol van de Vereniging Het Reewild daarin geweest gedurende die 60 jaar.
-                     Hebben we het wel goed gedaan
-                     Hoe is het nu met het Ree gesteld en hoe moet het verder in de toekomst.
 
Antwoorden op die vragen staan in het boek dat de Vereniging Het Reewild ter gelegenheid van haar 60 jaar bestaan uitgeeft. Hierin kunt u lezen hoe reeën zijn, hoe zij leven, en vooral hoe hun sociaal gedrag is. Er wordt een terugblik gegeven op 60 jaar reeënbeheer in Nederland. Van trofeeënshows tot beheer. Tot slot geeft de Vereniging Het Reewild aan hoe zij, met haar huidige kennis, denkt op welke wijze de mensen in de toekomst samen moeten en kunnen leven met reeën.
 
Je komt ze steeds meer tegen, overal. Of het nu bossen zijn of polders, weilanden, akkers of stukken ruige natuur, overal zie je reeën. Het gaat dus goed met de reeën in Nederland, te goed mogen we wel zeggen. Maar wat is te goed? De grote toename van het aantal reeën, veroorzaakt ook problemen.
 
Reeën vragen om ruimte in ons land. Zonder het altijd te beseffen zijn ze al lang in een strijd verwikkeld met ons om die ruimte. Want wat te denken van de mensen. Zij vreten ruimte, iedere dag weer meer. Om te wonen, te werken, zich te verplaatsen en tot slot ook om zich te ontspannen, sport en recreatie. Hoe is het dan toch nog mogelijk dat het ree zich zo heeft weten te handhaven in die ruimte? Reeën passen zich aan aan hun omgeving. Ook zijn zij in staat om zich in nieuwe leefgebieden te vestigen. Maar uiteindelijk komt er ook voor hen een moment dat de rek eruit is. Dan zeggen wij mensen: “er zijn er te veel”. Mijn grootmoeder zei het al, alles waar “te” voor staat is niet goed, behalve tevreden. Maar wie bepaalt dat “te” eigenlijk?
 
Het is het ree zelf dat aangeeft of het tevreden is, alleen moet je het wel willen en kunnen zien. Daar is deskundigheid en kennis voor nodig. Één van de aanwijzingen is dat reeën steeds dichter bij de mensen gaan leven. Niet dat ze dat nu echt zo leuk vinden, maar ze moeten wel. Dit gaat goed zolang de mensen ook de noodzakelijke afstand tot de reeën houden en niet te pas en te onpas hun leefgebied binnen dringen, soms zelfs met honden die loslopen. Daar ligt absoluut een grens voor het ree. Maar als er te veel zijn, jagen ze elkaar ook onderling “hardgeweiig” hun leefgebied uit. Zij moeten dan op zoek naar een ander leefgebied en lopen zich dan letterlijk te pletter tegen onze infrastructuur.
 
10.000 reeën, schatten we dat er jaarlijks worden doodgereden op onze wegen. Daarnaast veroorzaken zij ook schade aan gewassen en bossen. Overpopulaties van reeën, te veel in één leefgebied is, gezien hun leefwijze, slecht voor het ree zelf. Het welzijn van reeën in die populaties gaat achteruit door ziekte, stress en sterfte.
Sinds het ontbreken van natuurlijke vijanden in ons land heeft de mens ingegrepen om het ree voor overpopulaties te beschermen. Vroeger was het de verantwoordelijkheid van de jagers op basis van de jachtwet van 1923. Met de nieuwe jachtwet van 1954 werd er al meer verantwoordelijkheid gelegd bij het Ministerie en met de komst van de Flora&Faunawet in 2002 waren het de Provincies die verantwoordelijk werden voor het welzijn van onze reeënpopulaties.
 
Zij bepalen nu jaarlijks hoeveel reeën er doodgeschoten moeten worden. De uitvoering van deze omvangrijke en tijdvragende taak wordt opgedragen aan vrijwilligers, de jagers. Duizenden uren werk vraagt dat, maar kost de maatschappij niets. Alles goed geregeld zou je denken. Op papier wel, maar de praktijk is echter door vele oorzaken weerbarstig, met als resultaat dat het aantal reeën in Nederland nog steeds toeneemt, met veel ellende voor de Reeën als gevolg.
 
De Vereniging Het Reewild vindt het de hoogste tijd dat daar iets aan wordt gedaan en komt dan ook met een voorstel: Een Deltaplan voor Reeën.
 
Dat zal betekenen een andere vorm van beheer, er anders naar gaan kijken. Dit zal alleen maar mogelijk zijn als we echt gaan kijken naar de reeën, naar de manier waarop zij gebruik maken van de ruimte, hoe zij nu leven, zich voortplanten, wat ze eten, kortom begrijpen waarom ze leven zoals ze al eeuwen doen. Maar ook waarom het lijkt alsof ze zich aanpassen aan ons of juist weer niet?
 
“Samenleven met reeën in de toekomst vraagt een Deltaplan voor reeënbeheer”.
 
In de allereerste plaats voor onze reeën maar ook in het belang van de maatschappij. Maar laten we bedenken dat die toekomst wel morgen begint. Tijdens onze algemene ledenvergadering 14 mei 2011 hebben we daarvoor het startsein gegeven.
 
Marien Greep, 14 mei 2011 
Voorzitter Vereniging het Reewild
 
Wat dit betekent, kunt u o.a. in ons jubileumboek lezen dat u via onze webwinkel Vereniging Het Reewild kunt bestellen. Dit prachtige boek is van groot formaat met 152 bladzijden waarvan de helft is verrijkt met prachtige foto’s van reeën waardoor het ook nog een mooi kijkboek is geworden. Een aanrader voor iedereen die wat met het Ree heeft.

Bestuurswisseling

2010: regio Flevoland-Overijssel: Herman Kemperman heeft vorig jaar H. Robaard opgevolgd als voorzitter. Kemperman brengt een schat aan bestuurlijke ervaring met zich mee. Zo was hij jarenlang gedeputeerde van de provincie Overijssel. Ook is hij sinds zes jaar voorzitter van de ederlandse Vereniging van Natuurtoezicht.

2010: Landelijk: Roland Peltzer is lid geworden van het Dagelijks Bestuur. Volgens Roland vragen reewildtellingen en -beheer in Nederland om verbetering. 'We moeten het beheer van reeën veel breder zien dan het microniveau van het eigen jachtveld. Het gaat om het belang van het ree, niet om het belang van de jachthouder.'

2010: regio Noord:  Gijs Wouters gaat als voorzitter een stevige bestuurlijke bijdrage leveren. 'Er moet nog veel gedaan worden aan het krachtenveld tussen onze leden, de media, bevriende natuur- en landschapsorganisaties en de uitvoerende instanties van de provincie. De VHR is een specialist op het gebied van reeën, het is dan ook logisch', vindt Wouters, 'dat de vereniging geraadpleegd wordt als het om reeën gaat.'


Vereniging Het Reewild Gebruiksovereenkomst Privacybeleid