|
 |
zaterdag, februari 04, 2012
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 | |  |
|
|
Meer reeën aangereden
|
|
Meer reeën aangereden
Aantal wildbotsingen daalt met uitzondering van die met reeëen.
Bron: Apeldoorns Stadsblad
APELDOORN - Het aantal wildaanrijdingen in Gelderland is vorig jaar met 18 procent gedaald, zo meldt de provincie. Dat is voor het eerst in tien jaar. Het aantal botsingen met wilde zwijnen daalde met 30 procent.
In 2009 zijn 1029 wildaanrijdingen geregistreerd. In 2008 waren dit er nog 1208. Het aantal botsingen met wilde zwijnen ging van 571 naar 401, een daling van 30 procent. De aanrijdingen met reeën zijn daarentegen toegenomen van 480 in 2008 naar 542 in 2009, een stijging van 13 procent. In 2009 zijn er verder 64 aanrijdingen met edelherten en 13 botsingen met damherten geregistreerd, zo somt de provincie op.
,,Maatwerk is nodig om wildaanrijdingen te voorkomen", zegt gedeputeerde Harry Keereweer. ,,Per situatie kijken we wat de mogelijkheden zijn. Zo zijn er langs wegen rasters en tunnels aangelegd. Ook zijn de bermen minder aantrekkelijk gemaakt voor de beesten door bijvoorbeeld eikenbomen te verplaatsen. Deze maatregelen lijken te werken."
Bron: UTRECHTSE HEUVELRUG
- Het aantal aangereden reeën in de provincie Utrecht is in 2008 fors gestegen. Waren het er in 2007 nog 224, afgelopen jaar waren het er 326.
 |
Er is geen duidelijke verklaring voor de toename. Reeën die worden aangereden, worden aangeduid met de term valwild. Ook reeën die zich verwonden aan hekken of ziek zijn en levend gevonden worden, heten valwild.
|
De Vereniging Het Reewild maakt zich zorgen om de grote stijging.
De groei van het aantal reeën zou de toename van valwild kunnen verklaren. Op de Veluwe worden om die reden reeën afgeschoten, maar de Utrechtse terreinbeheerders doen dat niet. Ook is mogelijk dat aanrijdingen vaker worden gemeld dan voorheen. Wat ook zou kunnen is dat er niet meer reeën worden aangereden maar dat mensen aanrijdingen vaker melden dan voorheen. Marianne Spaargaren, secretaris van de afdeling Utrecht van Vereniging Het Reewild: ,,Op televisie is aandacht aan besteed aan het feit dat doorrijden na een aanrijding met wild een misdrijf is. Het systeem werkt blijkbaar goed. Het zou kunnen dat ze ons beter weten te vinden.’’ Maar volgens haar kan ook de toenemende recreatiedruk een oorzaak zijn.
Ook bestuurslid Nieuwerf van de Stichting Valwild zegt dat. Hij signaleert dat bij ’extreme druk’ zoals afgelopen week door schaatsers in het Leersumse Veld, reeën worden verstoord en vaker de weg oversteken. Een andere vorm van extreme druk is bomenkap om heidevelden te vormen.
Bijvoorbeeld zoals op de Leusderheide. Op de weg bij het Leersumse Veld alleen al kwamen in de week voor Kerst negen reeën door een aanrijding om het leven. Iedere keer als dat gebeurt rukt een vrijwilliger van de Stichting Valwild uit.
De meeste doden onder de reeën vallen op de Utrechtse Heuvelrug. In de Langbroekerwetering gebeurt dat veel minder. Daar zitten minstens zoveel reeën, zegt Nieuwerf, maar daar is het zicht voor automobilisten beter en er is minder recreatie.
Volgens Nieuwerf en Spaargaren dragen ecoducten als dat op de Leusderheide bij aan minder verkeersslachtoffers onder het wild. Ook een lagere maximumsnelheid op de hoofdwegen zou bevorderlijk zijn. De provincie Utrecht wil daar echter niet aan.
De jaarlijkse piek van valwild ligt in mei. Dat is de tijd dat de moederreeën hun 1-jarige jongen verstoten, omdat er nieuwe kalveren worden geboren. De verstoten reeën zoeken een nieuw territorium en steken daarbij de wegen over.
|
|
|
|
|
|
 | |  |
 | |  |
|
|
Een reebok schieten willen ze wel. Maar reegeiten schieten, daar hebben ze een hekel aan
|
|
Bron: De Driehoek, dé Weekkrant
RIJSSEN/WIERDEN "Een bok schieten willen ze wel. Maar reegeiten schieten, daar hebben ze een hekel aan", merkte H. Gerrevink, werkzaam bij de provincie bij de Fauna Beheer Eenheid, op tijdens een bijeenkomst van jagers van verschillende Wild Beheer Eenheden in Rijssen. Toch zullen de jagers in Twente daar, wat de provincie betreft, aan moeten geloven.
Aanwezige jagers beamen de opmerking van Gerrevink. Bokken oké, geiten nee. "Maar”, zo benadrukt Gerrevink, “er zullen de komende periode vooral reegeiten geschoten moeten worden. Jagers geven onvoldoende uitvoer aan het provinciale besluit wat betreft het aantal reeën dat er mag zijn. De reeënpopulatie is te groot in Twente. Schade aan gewassen en verkeersongelukken zijn het gevolg."
Jagers in Wierden, Rijssen en Hellendoorn hebben onvoldoende reeën afgeschoten, ze komen aan 83 %. Vanuit de provincie is het beleid aangescherpt, het afschotpercentage moet hoger: “Er mogen ongeveer 250 reeën lopen in het gebied van WBE West Twente, maar er lopen er na het vereiste afschot nog heel wat meer.”
Reewildbeheer is géén jagen! Dat is de boodschap die de provincie nadrukkelijk laat klinken tijdens deze bijeenkomst. “Het mag er dan wel op lijken, want er wordt gebruik gemaakt van een geweer, maar in werkelijkheid is het schadebestrijding en vergroting van de verkeersveiligheid", aldus Gerrevink. En geschoten mag er pas worden als er aan bepaalde regels is voldaan. De provincie wil maatwerk op het niveau van elke eigen Wild Beheer Eenheid. “Elke WBE is anders, omdat de natuur in het gebied van die WBE anders is”, stelt de provincie, die er de voorkeur aan geeft dat het reewildbeheer uitgevoerd wordt door jagers die kennis hebben van het bepaalde gebied. Benadrukt wordt dat er vooral afgeschoten dient te worden rondom een knelpunt, bijvoorbeeld rond een drukke weg door dat gebied. Het 'maatwerk' dat de provincie wil, moet door elke WBE omschreven worden in een Reewildbeheerplan, dat bij de provincie ingeleverd en goedgekeurd moet worden. Gerrevink is er duidelijk in: “De provincie moet bij de rechtbank onderbouwen waarom reeën geschoten zijn. En elk ree minder dat doodgereden wordt, is winst. We zijn met elkaar verantwoordelijk voor het reewildbeheer. En: géén plan, dan ook géén afschotvergunning.”
De WBE West Twente leverde in het najaar een gedegen plan in en kreeg eind december haar afschotvergunning binnen. Jan Flim, voorzitter van Wildbeheereenheid West Twente en Gerrit Velten, voorzitter van de Reewildcommissie WBE West Twente weten dat WBE West Twente haar zaakjes vrij goed voor elkaar heeft: “Binnen WBE West Twente is er een goede verdeling van bokken en geiten, mede ontstaan door goed beheer en zorg vanuit de betrokken jagers, oftewel reewildbeheerders. En soms zijn ze gewoon te zuinig… Het reeënbestand in onze WBE is goed, en dat willen we graag zo houden!"
|
|
|
|
|
|
 | |  |
 | |  |
|
|
Q-koorts een risico voor de reeënbeheerder??
|
|
Zoals velen van u zullen hebben vernomen is Q-koorts sinds 2007 een toenemend volksgezondheidsprobleem in Nederland. De vraag is of er bij de jacht op grofwild zoals damherten, edelherten, wilde zwijnen, of reeën een risico voor de jager bestaat op besmetting met de bacterie Coxiella burnetii, die Q-koorts veroorzaakt.
In Nederland kregen voor 2007 gemiddeld 10 tot 20 mensen per jaar Q-koorts. In 2007 waren er bijna 200 gevallen, in 2008 werden er 1000 mensen gemeld en in het afgelopen jaar ontwikkelden meer dan 2300 mensen Q-koorts. Zo’n grote uitbraak van Q-koorts bij mensen is nooit eerder gezien in de wereld.
Q-koorts is een infectieziekte die van dieren kan overgaan op mensen. De letter Q komt van het woord ‘Query’ dat ‘een vraag stellen’ betekent. De bacterie die Q-koorts veroorzaakt, Coxiella burnetii, was namelijk lang onbekend. De ziekte is voor het eerst vastgesteld bij slachthuispersoneel in Queensland, Australië. Vrijwel gelijktijdig werd de bacterie ook aangetroffen in teken in de VS. De infectie komt vooral voor bij herkauwers, maar kan ook bij andere dieren voorkomen zoals honden, katten, vogels, paarden, maar ook bij wild zoals hazen, grofwild en teken. Het belangrijkste symptoom van Q-koorts bij geiten en in mindere mate bij schapen is vroeggeboorte of abortus in de laatste maand van de dracht. Bij runderen wordt Q-koorts niet in verband gebracht met abortus maar mogelijk met verminderde vruchtbaarheid. De meeste overige diersoorten vertonen geen symptomen, bij reeën en herten is niet bekend of Q-koorts zich met typische symptomen manifesteert, en zo ja welke. Mogelijk treedt ook bij reeën en herten vroeggeboorte op.
In Nederland worden besmette melkgeiten en, in mindere mate, melkschapen gezien als de belangrijkste bron van de ziekte bij mensen. De bacterie komt in de lucht tijdens de lammerperiode van besmette geiten of schapen op bedrijven, in Nederland ruwweg vanaf februari tot en met mei. Vooral het vruchtwater en de moederkoek van besmette dieren bevatten grote hoeveelheden bacteriën. De bacterie kan ook voorkomen in melk, mest en urine. Andere dieren, zoals koeien en gezelschapsdieren, kunnen ook besmet zijn en de infectie overdragen op mensen. In Nederland zijn er geen aanwijzingen dat deze dieren een rol van betekenis spelen voor het overbrengen van de ziekte naar mensen. Mensen scheiden geen bacteriën uit wanneer ze hoesten en de ziekte is in principe niet van mens op mens overdraagbaar. Overdracht bij orgaantransplantaties of bloeddonatie zou eventueel ook mogelijk kunnen zijn. Hoewel Coxiella ook in teken kan voorkomen, is er in Nederland geen aanwijzing gevonden dat teken besmet zijn. In 2008 zijn in dit verband 600 teken uit diverse gebieden onderzocht bij het RIVM, daarbij is geen enkele besmette teek gevonden.
Bij de mens kan Q-koorts zich op verschillende manieren manifesteren. Meer dan de helft van de mensen met Q-koorts heeft nagenoeg geen klachten. Mensen die wel klachten hebben, krijgen meestal symptomen die veel op griep lijken zoals koorts en hoofdpijn. Andere klachten kunnen zijn: hoesten, spierpijn, gewrichtspijn, koude rillingen, nachtelijk zweten, malaise en vermoeidheid. Bij een ernstig verloop krijgen mensen een longontsteking met droge hoest en pijn op de borst. Sommige mensen krijgen een leverontsteking. Een klein deel van de patiënten ontwikkelt een chronische infectie, waarvan een hartklepontsteking de meest voorkomende vorm is. Mannen krijgen vaker Q-koorts dan vrouwen en ook mensen die roken worden vaker ziek. Een gedeelte van de mensen die Q-koorts hebben gehad, zijn daarna nog lange tijd moe.
De bacterie die Q-koorts veroorzaakt kan weken tot maanden in het milieu overleven. Dit heeft tot gevolg dat mensen nog lange tijd nadat de bacterie door het dier in het milieu is verspreid, besmet kunnen raken. De meest voorkomende besmettingsroute is via de lucht. Bij het lammeren van een besmette geit of schaap, al dan niet te vroeg en onafhankelijk van een dood of levend lam, komen miljoenen tot miljarden Q-koorts bacteriën vrij. Een gedeelte verspreidt zich via de lucht in de vorm van een zogenaamde aerosol, een in de lucht zwevend deeltje. Door het inademen van deze lucht kan men geïnfecteerd raken. Verder is het mogelijk dat bacteriën van oppervlakken (bijvoorbeeld op het land of in stallen) opnieuw verwaaien en in een later stadium infecties veroorzaken. Ook zou besmetting plaats kunnen vinden door direct contact met besmet hooi, stro en mest zoals tijdens de eerste epidemie in Herpen werd vermoed.
Bij reeën (Capreolus capreolus), edelherten (Cervus elaphus), damherten (Dama dama)en wilde zwijnen (Sus scrofus) zijn in diverse wetenschappelijke studies uit Zuid- en Oost Europa antilichamen tegen Coxiella burnetii in het bloed aangetoond. Dat betekent dat grofwild besmet kan raken met de bacterie. De gevonden percentages besmette dieren varieerden globaal van 0 tot 30%, afhankelijk van de soort. Het is dan ook aannemelijk dat ook in Nederland onder deze diersoorten al voor de huidige epidemie Coxiella circuleerde, hoewel gegevens hierover ontbreken.

We hebben in Nederland nu te maken met de grootste beschreven Q-koortsepidemie ooit en de bacterie is in ons land in het milieu aangetoond. Dat betekent dat het goed mogelijk is dat een gedeelte van het in Nederland levend grofwild ook met de actueel circulerende Qkoortsbacterie is geïnfecteerd. Dat kan betekenen dat het risico voor jagers om Q-koorts op te lopen door contact met geschoten wild, sinds 2007 is toegenomen. In Nederland is echter (nog) geen onderzoek gedaan bij wild. Om de situatie beter te kunnen inschatten wordt onderzoek in Nederland voorbereid, waarvoor uw bijdrage gevraagd zou kunnen worden. Nadere informatie hierover zal later volgen.
Een gedeelte van het afschot bestaat uit drachtige dieren. Bij drachtige dieren die met Qkoorts besmet zijn, zou bij het ontweiden en de slacht van deze dieren de bacterie in meer of mindere mate vrij kunnen komen via de baarmoeder. Juist op dit moment moet men goede hygiëne betrachten. Consumptie van vlees van deze dieren is echter geen risico op besmetting met de Q-koortsbacterie, zeker niet als men het vlees goed verhit.
Jagers, die grofwild ontweiden en Gekwalificeerde Personen die het 1e onderzoek uitvoeren, moeten de volgende hygiënische voorzorgsmaatregelen nemen:
-
Draag handschoenen, liefst een mondkapje (P2 filter) en beschermende kleding (een wegwerpoverall en laarzen) bij risicovolle handelingen zoals ontweiden en slachten van drachtige dieren. Ontsmet de laarzen en gooi de overall weg.
-
Laat de baarmoeder intact en beperk het contact met vruchtwater en moederkoek van drachtige dieren en contact met doodgeboren dieren. Aangeraden wordt om van de volwassen vrouwelijke dieren het ontweidsel te begraven.
-
Was uw handen met zeep en veel water en droog ze goed, na contact met dieren
-
Was uw handen opnieuw goed vóór het eten
Voor meer informatie kunt u terecht op de speciale RIVM-website. www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/Q_koorts/FAQ_Q-koorts.jsp de website van de VWA www.vwa.nl en de website van het ministerie van LNV www.minlnv.nl en VWS www.minvws.nl bij de dossiers over Q-koorts. Neem bij klachten die passen bij Q-koorts contact op met uw huisarts.
Auteurs: Bart van Rotterdam, Merel Langelaar en Joke van der Giessen, RIVM Hendrik-Jan Roest, Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR Andrea Gröne, Dutch Wildlife Health Center, Utrecht
|
|
|
|
|
|
 | |  |
 | |  |
|
|
Aangewezen verzorgers verkeersslachtoffers gewaardeerd
|
|
Reewildtrofee voor 32 verlofhouders
Stentor: door Bert Nijenhuis. maandag 30 maart 2009 | 07:47
EXEL - Een grote groep Achterhoekse verlofhouders heeft zaterdagmiddag tijdens de jaarlijkse reewildtentoonstelling in hotel-café-restaurant De Exelse Molen in Exel de Jan Mekerswisselprijs ontvangen.
De oorkonde en wisseltrofee worden jaarlijks uitgereikt aan personen die zich hebben ingezet voor het reewildbeheer.
Na Tweede-Kamerlid Gert Jan Ormel en Gerrit Scholten van de Exelse Molen werden deze keer liefst 32 winnaars tegelijk in het zonnetje gezet.
De afgelopen twee jaar moesten ze er gezamenlijk 1440 keer op uit. Samen reden ze dertigduizend kilometer en maakten ze anderhalf jaar aan manuren. Als er in de Achterhoek wild wordt aangereden, schakelt de politie zogenoemde verlofhouders in. Zij zijn bevoegd aangereden wild te doden en te vervoeren.
Jaarlijks worden er alleen al in de Achterhoek zo'n zevenhonderd reeën doodgereden. Tot dat rekensommetje komt Jurgen Hijink, voorzitter van de Vereniging Het Reewild regio Achterhoek. "Hoewel we met wildspiegels, waarschuwingsborden en aanplanten bos het tij hopen te keren, sneuvelt van alle jonge reeën zelfs één derde in het verkeer. Dat gebeurt vooral 's nachts."
Een verlofhouder moet dan ook niet al te vast slapen en kan zich bij een melding niet nog eens rustig omdraaien. Jachtopzichter Teun Vredegoor werd in één nacht zelfs eens vier keer uit bed gebeld. Hij haalde de afgelopen twee jaar de meeste reeën op en mocht daarom namens de hele groep de prijs in ontvangst nemen. "Ik heb er 137 geschoten", zegt hij, de oorkonde onder zijn arm klemmend. "Erg veel inderdaad, maar niet vreemd als je de toename van het aantal auto's in acht neemt."
Een verlofhouder moet meer kunnen dan een geweer hanteren en de administratie bijhouden, zo benadrukt Vredegoor. "Je moet ook om kunnen gaan met emoties. Vooral als er vrouwen en kinderen bij een ongeluk betrokken zijn, is voorzichtigheid geboden. Zo zal ik nooit een zwaar kaliber geweer gebruiken om een ree uit zijn lijden te verlossen. Dat gaat vrij geruisloos." Reeën die een aanrijding niet overleven, brengt Vredegoor naar een poelier in Gendringen. Als het beest tenminste nog geschikt is voor consumptie. "Wanneer de maag is gesprongen en het maagzuur door het hele lichaam stroomt, wordt het vlees afgekeurd."
Uiteraard komen niet alle reebokken en -geiten door een ongeval aan hun einde. Om een evenwichtige populatie te behouden, worden ze ook geschoten in de vrije natuur. "Dat moet wel, want een natuurlijke vijand is er niet meer", legt Hijink uit. "Tussen 1 december en 16 maart mag er op reegeiten worden gejaagd en tussen 1 mei en 16 september op reebokken." Volgens Hijink zijn de geslachten eenvoudig uit elkaar te houden. "Vrouwtjes hebben in de winter een bosje wit haar tussen de achterpoten. Mannetjes dragen het grootste deel van het jaar een gewei."
De prijsuitreiking is traditie onderdeel van de jaarlijkse reewildbeheertentoonstelling Exel. Op de 42e tentoonstelling zijn daar niet alleen de geweien maar ook de beoordeling van het gevoerde beheer bestudeerd. De schedels met geweien zijn op plankjes bevestigd en worden nauwkeurig bestudeerd door de in jagersgroen gestoken - overwegend mannelijke - bezoekers.
Vroeger werd het zwaarste gewei beloond met de Jan Mekerswisselprijs. Deze keer maakt de trofee tot de volgende reewildtentoonstelling een rondreis langs 32 huishoudens. Te beginnen bij huize Vredegoor.
|
|
|
|
|
|
 | |  |
 | |  |
|
|
Wel en wee van het Ree
|
|
Bron: De Weekkrant.nl
DOETINCHEM Het moet wel de Dick Bulten way of life zijn als hij zegt dat zijn filmhobby ietwat uit de hand gelopen is. Uren achtereen brengt deze Doetinchemmer in de natuur rond om mooie natuurfilms te maken. ,,Mensen hebben er geen idee van hoe mooi een strontvlieg kan zijn”, lacht hij.

De tuin achter het huis van Dick Bulten is zo ingericht dat vogels en insecten er een heerlijke leefomgeving aan hebben. Onder het mom van natuurlijke schoonheid is bij iedereen om de hoek, maar je moet er wel oog voor hebben zet de natuurfilmer de camera met een macrolens op alles wat beweegt. ,,Vorige week nog lag er sneeuw in de tuin. Ik zag aan een struikje achter mijn woning een stukje ijs. Doordat het dooide, ontstond er een druppel onderaan. Die werd steeds groter. In de druppel ontwaar je met je camera de kale takken van de boom. Die zie je later beeldvullend op je eigen televisie.”
Ruim 40 jaar is Dick Bulten in het bezit van een camera. Het begon met een super-8 camera, die hij gebruikte om familiegebeurtenissen vast te leggen. In 1985 werd de Nederlandse astronaut Wubbo Okkels gelanceerd in Amerika en daar was de Doetinchemse filmer bij. Omdat de oude camera kuren kreeg, kocht Bulten een analoge camcorder. Vanaf dat moment was filmen een grote hobby, die verder ontwikkeld moest worden. ,,Je ontwikkelt je eigen stijl, maar met inachtneming van een aantal vaste filmregels. Zonder statief moet je bijvoorbeeld nooit inzoomen. Een zoom is zon onnatuurlijke beweging, de ogen van een mens kunnen ook niet inzoomen.”
In het park van de oude stadsvilla Ruimzicht filmde hij door de seizoenen heen alle ongeveer 80 bomen. De bast is in beeld, de mooie trosjes van de kastanjeboom en de knoppen worden prachtige bloemen. ,,Door hier goed naar te kijken leer je ontzettend veel.” Bulten filmt alleen wat hij leuk vindt om te filmen. Hij maakte documentairefilms over roofvogels en ganzen in Nederland. ,,Probeer daar maar eens dichtbij te komen. Als je op 150 meter bent en de wind staat verkeerd, of er is een geluid waar ze van schrikken, zijn ze vaak allemaal vertrokken. Lukt het je om ze wel goed in beeld te krijgen, dan is dat fantastisch.”
Begin november werd een film van Dick Bulten over reeën op het landgoed Hackfort in Vorden genomineerd tijdens een nationale filmmanifestatie in Heerenveen. Voor deze film had de natuurfilmer urenlang achter zijn camouflagenet zitten wachten in het bos. ,,Soms moet je twee dagen wachten, voordat je succes hebt. Wat krijg je daar een koude knieën van. Je statief staat goed, de camera is prima verzorgd, de scherpte is geregeld. Zodra ze er zomaar opeens staan, kun je rustig aan doen”, vertelt Bulten. ,,Die dieren zien en horen echt alles. Een hond verderop in het bos is echt een verschrikking.” Vooraf had de filmer zich ingelezen en een faunabeheerder kon hem acht plaatsen aanwijzen op het landgoed waar de reeën zouden kunnen opduiken. ,,Van tevoren moet je al weten wat je in je film wilt hebben. De bronstijd hoort erin, de kleine kalfjes wil je in elk geval zien en de verkleuring van de vachten wil je in beelden vangen.”
|
|
|
|
|
|
 | |  |
 | |  |
|
|
Heel stil zijn
|
|
Bron: Stentor, 31 maart 2008
HEETEN - "Ik heb drie reeën gezien'', zegt Sander. "Nee, niet met blote oog maar met de verrekijker die ik geleend heb. Zo kon ik ze beter zien. Het was erg leuk. Soms gingen we met de auto ook een beetje hard door een grote plas water'', zegt hij stoer.
Het groepje van Tess was heel dichtbij een groep van vier reeën. " We moesten natuurlijk heel stil zijn en we hebben ook nog heel veel andere dieren gezien. En dat vond ik wel interessant.'' De groep van Michel spande de kroon met zeventien reeën. "Op sommige plekken stonden er wel vijf bij elkaar in een weiland. Daardoor kon je ze heel goed zien", vertelt hij enthousiast. De jonge Heetenaar weet nu ook dat reeën altijd moeten herkauwen. "Als ze daarbij worden gestoord, worden ze ziek, dat kun je zien aan het gewei".
Veertig leerlingen van groep zes van de basisschool St. Bernadette gingen vrijdag in de vooravond met de leden van de Wildbeheerseenheid (WBE) e.o Heeten op stap voor de jaarlijkse reewildtelling. In auto's maakten ze een rondtoer door het werkgebied van de WBE op zoek naar reeën. Bij elkaar opgeteld bleef de teller na afloop staan op een stuk of tachtig reeën. "En dat is een goed resultaat'', aldus coördinator Theo Wichers Schreur die na afloop in het clubhuis aan de Weseperweg na een traktatie van chips en limonade, de kinderen ook tekst en uitleg gaf over de verschillende soorten geweien.

Na afloop van de telling kregen de kinderen nog uitleg over onder meer geweien. Het opgezette reekalf kreeg liefdevolle aandacht. foto Ronald Hissink
Tijdens de rondtoer kregen de kinderen uitleg van de WBE'ers. Ook was er onderweg aandacht voor de vele andere diersoorten. Roxan weet te vertellen dat de reewildtelling heel belangrijk is. "Je moet oppassen dat er niet te veel zijn, want dan heb je kans dat er ongelukken gebeuren of dat ze gaan verhongeren. En dan gaat het niet goed met ze en worden ze afgeschoten'', zegt ze zelfverzekerd. Op haar briefje staat dat ze ook een havik, buizerd, hazen, reiger, zwaan, kraaien, een merel en een meerkoet heeft gezien. Edwin Wessels kon de kinderen die bij hem in de auto zaten vertellen over een ree dat ziek was. "Reeën lopen met sprongen en dat deed dit ree zichtbaar niet, hij liep ook apart van de groep en was vrij mager'', zo hield hij de kinderen voor.
Terug in het clubhuis was er veel belangstelling voor de geweien. Vooral het opgezette reekalf kreeg liefdevol aandacht. Wichers Schreur en zijn collega-WBE'ers waren dik tevreden over het verloop. "Dit is zeker voor herhaling vatbaar. Ons verhaal lag goed in het gehoor. Er werden veel vragen gesteld. Als WBE'er genieten wij elke dag van het reewild en vooral dat hebben we aan de kinderen willen overbrengen''.
|
|
|
|
|
|
 | |  |
 | |  |
|
|
Van Schot tot Bord
|
|
“Van Schot tot Bord” voorziet in behoefte reewildbeheerders
“Ik ben al 28 jaar reeënbeheerder maar toch nog verbaasd over wat ik vandaag allemaal geleerd heb”, was een reacties van een deelnemer aan de workshop “van Schot tot Bord”. Deze workshop was georganiseerd door een groepje zweethondbegeleiders uit Friesland, Groningen en Drenthe met als doel om kennis en ervaring te delen op het gebied van reeënbeheer, specifiek gericht op wat er allemaal aan de orde komt NA het overhalen van de trekker.
In de winter 2009 was dit idee ontstaan nadat Bernhard Arends door een enkelbreuk gedwongen was om rust te houden. Samen met zijn zweettrainingsmaten Jan Aartsen en Rinie Kamerling had hij geconstateerd dat er bij reeënbeheerders behoefte is aan kennisoverdracht op het gebied van zweetwerk, ontweiden en slachten maar ook het panklaar maken en goed bereiden van reevlees. Dit zijn onderwerpen die niet direct worden aangeboden tijdens de jachtopleiding maar waar men in de praktijk toch vaak tegenaan loopt. Ondeskundig handelen kan dan vaak verstrekkende gevolgen hebben.
Dit idee werd vertaald naar een workshop waar 24 Drentse reeënbeheerders aan hebben deelgenomen. De groep kwam op 6 februari naar de boerderij van maatschap Hartlief-Lammers in Donderen, een geweldige accommodatie waar ruimte en gelegenheid was om alle facetten duidelijk te demonstreren en waar het in de fijn verwarmde loods prettig toeven was. De workshop bestond uit verschillende onderdelen; beginnend bij het zweetwerk. Als een ree ziek geschoten is, wil men het zo snel mogelijk vinden en uit zijn lijden verlossen. Een deskundig nazoekteam is daarbij onmisbaar, de zweethondenbegeleiders van de Stichting Zweethonden Nederland en hun honden zijn hiervoor allemaal gekwalificeerd en staan graag klaar om hun ervaring in te zetten.

Elke situatie is anders en vraagt om een andere aanpak. Zeer belangrijk hierbij is de zogenaamde letselplaatsherkenning. Hierbij wordt de plaats van aanschot nauwkeurig onderzocht en aan de hand van de bevindingen, zoals snijhaar, weefsel en zweet stelt men vast wat de soort verwonding is en welke zweethond hiervoor geschikt zal zijn. Op diverse plaatsen op het terrein kon men oefenen met letselplaatsherkenning. Drie zweethondenteams werkten een zweetspoor uit waarover uitgebreid uitleg werd gegeven.
Het volgende deel van de workshop bestond uit verschillende demonstraties waarbij door gekwalificeerde personen de technieken van ontweiden, onthuiden en portioneren nauwkeurig werden uitgelegd. Dit alles volgens de hygiënevoorschriften die zijn gesteld in de EG verordening 852/2004 en 853/2004 met als doel het stuk op een zo hygiënisch mogelijke manier geschikt te maken voor consumptie. De dag werd afgesloten met een voortreffelijk menu waarbij de kok de deelnemers en alle helpers liet proeven van diverse verrassende bereidingswijzen van alle soorten/delen reevlees. Zoals gerookte reebout, reebiefstuk en verschillende stoofgerechten. Voor de liefhebbers werden de bereidingstips en recepturen uitgewisseld.
Een voor veel mensen niet voor de hand liggende bezoeker was het team van de Dierenambulance Groningen. De zweethondenbegeleiders in het Noorden werken veel samen met de Dierenambulance want uiteindelijk hebben we allemaal het zelfde doel, namelijk een dier zo snel mogelijk uit het lijden verlossen. Een van de andere gasten was Hondenwebshop.nl die aan alle begeleiders van de zweethondenlijst uit het Noorden veiligheidshesjes aanbood.
De organisatie kijkt terug op een zeer geslaagde dag, die zeker gezien het grote aantal aanmeldingen, om herhaling vraagt.
Bernhard Arends
Jan Aartsen
Rinie Kamerling
|
|
|
|
|
|
 | |  |
|
 | |  |
|
|
VHR op Gamefair
|
|
De Vereniging Het Reewild is aanwezig op de 17e editie van de GAME FAIR NEDERLAND op het landgoed van Hotel Restaurant de Collse Hoeve, Collse Hoefdijk 24 te Nuenen (N.Br.).
 |
De GAME FAIR NEDERLAND is een outdoor beurs in een landelijke bosrijke omgeving waarin het buitenleven in al zijn facetten aanwezig zal zijn: country- en outdoorliving, jacht, paarden, honden, kleding, sieraden etc.
Wij nodigen u van harte uit ook de VHR stand te bezoeken, openingstijden van 10.00 tot 18.00 uur
In de KNJV stand krijgt u informatie over het aanmaken van een eigen profiel op het Nederlands Wild Registratie Systeem, dat de Vereniging Het Reewild met de KNJV heeft ontwikkeld.
|
Het programma van de Game Fair ziet er als volgt uit:
Vrijdag 17 juni
• Opening door de Jachthoornblazers
• Dameszadelclub met historische kleding
• Roofvogelshow
• Demonstratie zweethondenproef
• Triple B Hunt met Jachthoornblazers en hondenmeute
• Dameszadelclub met Engels jachtparcours
• Afsluiting door de Jachthoornblazers
Zaterdag 18 juni
• Opening door de Jachthoornblazers
• Demonstratie zweethondenproef
• Schapendrijven en schapen scheren
• Roofvogelshow
• Triple B Hunt met Jachthoornblazers en hondenmeute
• Dameszadelclub Fleurop
• Presentatie en demonstratie Sledehonden
• Afsluiting door de Jachthoornblazers
Zondag 19 juni
• Opening door de Jachthoornblazers
• De Veluwe Hunt met Jachthoornblazers en hondenmeute
• Demonstratie zweethondenproef
• Roofvogelshow
• Hubertusviering met Jachthoornblazers en zang
• Hondenrassen Parade
• Show met trekpaarden en Haflingers: kegelrijden, vliegend tapijt en ringsteken
• De Veluwe Hunt met Jachthoornblazers en hondenmeute
• Afsluiting Game Fair 2011 door de Jachthoornblazers
Graag tot ziens!
Voor meer informatie www.gamefair.nl
|
|
|
|
|
|
 | |  |
|
|
|
|
|
|