Fatale aanrijdingen met reeën naderen voorjaarspiek

In het voorjaar is er altijd een piek in het aantal fatale aanrijdingen met reeën. In april en mei vallen de meeste slachtoffers. Jaarlijks gaat het om ongeveer tienduizend reeën die in het verkeer omkomen. Vereniging Het Reewild wijst daarom op diverse manieren waarop automobilisten en overheden maatregelen kunnen treffen om aanrijdingen te voorkomen.

De voorjaarspiek in verkeersslachtoffers heeft te maken met het seizoensgedrag van de reeën. Nadat ze in de winter in groepen leven, gaan de reeën in de lente weer meer solitair leven. De jonge reebokken worden eerst verstoten en verderop in het voorjaar ook de jonge reegeiten. Zij moeten dan voor zichzelf een leefgebied gaan zoeken. Daarbij steken ze geregeld wegen over, vooral in de schemerperiodes of de nacht.

Ook het seizoensgedrag van de mens is van invloed op de toename van het aantal aanrijdingen in het voorjaar. “Zo kunnen wandelingen met loslopende honden de rust van de reeën verstoren”, zegt René Leegte, landelijk voorzitter van Vereniging Het Reewild. Volgens de vereniging zijn er enkele manieren om het aantal aanrijdingen te verminderen.

Wat we eraan kunnen doen

  1. Verminder snelheid. Op locaties met veel aanrijdingen zou de maximumsnelheid omlaag moeten tot 60 kilometer per uur, met intensieve controles in de maanden met veel aanrijdingen. Bij een lagere snelheid hebben bestuurder en ree meer tijd om te reageren, al dienen automobilisten voor hun eigen veiligheid nooit uit te wijken.
  1. Houd de berm breed en open. Als de vegetatie in de wegberm laag is, ontstaat er beter zicht. Door de bermvegetatie kort en schraal te houden, zullen de reeën de berm niet gebruiken als voedselgebied. Bij de Leuvenumse bossen op de Veluwe bij Ermelo resulteerde het open maken van de bermen in een halvering van het aantal aanrijdingen.
  1. Plaats wildreflectoren. Paaltjes met reflectoren langs de weg zorgen ervoor dat het licht van de autolampen als stralen richting de berm wordt gekaatst. Daardoor deinzen reeën terug om de weg over te steken.
  1. Gebruik interactieve wildwaarschuwingen. Moderne detectiesystemen kunnen dieren die de berm naderen opmerken. Via digitale borden langs de weg kunnen automobilisten vervolgens worden verzocht snelheid te minderen. Deze systemen – eventueel aangevuld met een hekwerk waarmee het wild wordt begeleid naar een oversteek – worden geactiveerd als een wild dier zich bevindt in de migratiezone. Ervaringen op de Veluwe en in Overijssel zijn positief. Na drie jaar waren er in Diepenheim nog maar 5 aanrijdingen met reeën, waar dat er voorheen ongeveer 25 per jaar waren 

Dierenleed voorkomen

Het aantal aanrijdingen kan verder naar beneden door meer aandacht te geven aan het leefgebied van de reeën. Zo kan verstoring door recreanten en honden worden verminderd door wandelroutes aan te passen en zones in te stellen waar honden los mogen lopen. Toezicht en handhaving zouden juist moeten plaatsvinden in kritieke perioden. Ook kunnen voedsel en beschutting op een strategische wijze worden aangeboden, zodat wordt voorkomen dat reeën de wegen oversteken om hiernaar te zoeken.

“Met al deze maatregelen hopen we dierenleed te voorkomen en de verkeersveiligheid te vergroten”, zegt Leegte. Bovendien is er financiële schade van aanrijdingen met reeën. In Nederland wordt die schade geschat op zeker 20 miljoen euro per jaar.

Het voorkomen van fatale aanrijdingen is onderdeel van het advieswerk dat Vereniging Het Reewild levert aan gemeenten en provincies bij een duurzaam beheer van reeënpopulaties. Een leidraad om te komen tot minder aanrijdingen is opgesteld in samenwerking met Dierenbescherming, Natuurmonumenten, Landschappen NL en de Zoogdierenvereniging.