Het ree en de wolf

In Nederland had het ree lange tijd geen natuurlijke vijanden. Reeën sterven doorgaans een natuurlijke dood, of ze worden slachtoffer van het verkeer of gedood in het kader van beheer. Ieder jaar komen er reekalfjes om in maaimachines van boeren die hun veld maaien, en ook vallen ze regelmatig ten prooi aan een vos of een wild zwijn. Maar dat is het wel zo’n beetje. Op deze uiteenlopende manieren sterft 20 tot 25 procent van de reeënpopulatie. 

Sinds kort hebben we echter in Nederland te maken met de wolf. Sommige wolven zwerven, andere hebben zich gevestigd. Dat leidt tot een maatschappelijk debat, want hoe moeten we ons verhouden tot de wolf? Welke gevolgen heeft de komst van de wolf voor andere dieren? Komt er een vergoeding voor boeren als een van zijn schapen door een wolf wordt doodgebeten? Hoeveel wolven vinden we acceptabel? 

Voor het ree heeft de komst van de wolf zonder meer gevolgen. De wolf is een natuurlijke vijand. Bij een onderzoek van de maaginhoud van wolven in de Duitse regio Lausitz werd vastgesteld dat reeën zelfs meer dan de helft van hun voedsel besloegen. De terugkeer van de wolf in Lausitz heeft ervoor gezorgd dat het aantal reeën daar is gedecimeerd.

Voorlopig hebben beheerders in Nederland nog geen eensluidend antwoord gevonden op de vraag welke gevolgen de komst van de wolf heeft voor de plannen rondom het reeënbeheer.