Historie

Eind jaren 40 van de vorige eeuw vond een stel jagende vrienden dat er te weinig aandacht was voor het ree. Tijdens zijn toespraak op de Trofeeënshow van 1950 in Vorden verwoordde Mr. J.O. Thate dat als volgt: ‘Rest mij de opmerking, dat zal worden opgericht een Vereniging Het Reewild, waartoe zij die hiervoor belangstelling hebben zich bij ondergetekende kunnen opgeven, waarna nadere inlichtingen zullen volgen.’ Er lag een lijst klaar waarop belangstellenden hun naam konden opgeven. Dat resulteerde in dertig namen, waaronder veel landgoedeigenaren.

Nog geen jaar later, op 21 april 1951 om 15.00 uur werd in hotel Het Wapen van Gelderland te Vorden, na 1966 Hotel Bakker, de Vereniging Het Reewild opgericht. Het voorlopige bestuur bestond uit:

W.H. Baron Taets van Amerongen van Renswoude – voorzitter

C.J. Coldewey jr. – secretaris-penningmeester

Dr. A.H. ten Cate – lid

J. Scholten Julz – lid

Mr. J.O. Thate – lid

De VHR had destijds als doelstelling: De instandhouding en verbetering van de kwaliteit van het reewild en te streven naar het verkrijgen en behouden van een matige en verantwoorde reewildstand, en bovendien middelen aan te wenden om de stand zo gezond mogelijk te houden en op een kwalitatief hoog peil te brengen, opdat ook voor het nageslacht een der schoonste vertegenwoordigers van de Nederlandse Fauna behouden blijft.

Vanaf 1966 werd Hotel Bakker te Vorden de vaste vergaderplaats voor de VHR.

Met de laatste statutenwijziging van 29 juli 2001 is de verschuiving van kwaliteit naar welzijn van de reeënpopulatie een feit. Er is tevens een extra dimensie aan toegevoegd: de VHR is er ook voor de reeënbeheerders.

Doel, artikel 2

  1. de instandhouding en verbetering van het welzijn van de reeënpopulatie in Nederland en
  2. het behartigen van de belangen van degenen die zich bezig houden met het beheer van de reeënpopulatie in de uitoefening van het in a) omschreven, een en ander in de ruimste zin des woords.

Markante personen

Of hij lid is geweest is niet bekend maar in 1954 werd Prins Bernhard, prins-gemaal van koningin Juliana der Nederlanden en vader van prinses Beatrix (voorheen koningin), beschermheer van de VHR.

Prof. Dr. J.L. van Haaften was wel lid van de VHR en heeft voor het reewild een belangrijke rol gespeeld. Van Haaften was hoogleraar aan verschillende buitenlandse universiteiten en docent wildbiologie en natuurbeheer aan Wageningen Universiteit. Hij ontwikkelde een draagkrachtmodel om per gebied te bepalen wat de optimale populatiegrootte voor het ree is. Gecombineerd met tellingen kon op basis daarvan een afschotplan gemaakt worden. De criteria die voor het model ‘Van Haaften’ werden gebruikt: 

  • veldgrenspercentage – het veldgrenspercentage geeft punten voor de grens tussen dekking en open veld;
  • dekkingspercentage – het percentage oppervlakte permanente dekking ten opzichte van de totale veldoppervlakte;
  • oppervlakte weiden en akkers – het percentage dat die oppervlakte is van de totale oppervlakte van het gebied;
  • boomsoortenverdeling – het type bos, vermenigvuldigd met het percentage oppervlak van dat type bos in de totale oppervlakte dekking; bestaande uit bos en brede houtwallen;
  • zuurtegraad van de grond.

Hendrik Jan van Beuningen was twintig jaar bestuurslid van de VHR; van 1955 tot 1975; vanaf 1968 was hij voorzitter. Bij zijn aftreden als voorzitter – in 1974 – stelde hij de ‘Wisselprijs Vereniging Het Reewild’ in. De prijs was bedoeld als blijk van waardering voor ‘Nederlanders of Nederlandse instellingen die zich uitzonderlijk verdienstelijk hebben gemaakt voor het reewild in Nederland.’

De heer A. van Ree (hoe toepasselijk), destijds werkzaam bij Rijkswaterstaat, heeft in 1961 de (ree)wildspiegels geïntroduceerd. Vanwege het gebrek aan beheer en onderhoud aanvankelijk niet zo’n succes; vandaag (zij het vaak in een andere vorm) niet meer weg te denken uit het verkeersbeeld.